Opvangdossier Veiligheidsbeleid en GGD-dossier

Praktijkvoorbeeld

Waar moet je op letten als je een BSO met drie groepen door het inspectiejaar haalt?

Door Gepubliceerd op Bijgewerkt op 6 minuten lezen

Een Nederlandse sportclub of leslokaal. Beeld bij het artikel: Waar moet je op letten als je een BSO met drie groepen door het inspectiejaar haalt?
Beeld gegenereerd met kunstmatige intelligentie

Een inspectiejaar op een buitenschoolse opvang is geen sprint naar een bezoek, maar een reeks kleine afspraken die elkaar opvolgen. Om dat concreet te maken, schetsen we hieronder een jaar bij een BSO met drie groepen, van januari tot december. Het is een opgebouwd voorbeeld en geen bestaande locatie, maar elk onderdeel komt uit de eisen waar een houder werkelijk aan moet voldoen.

Zo is dit voorbeeld opgebouwd

De BSO in dit artikel bestaat niet. We hebben haar samengesteld uit de verplichtingen van de Wet kinderopvang, de logboeken die daaromheen horen en het gewone ritme van een opvangjaar met schoolweken en vakanties. Alle namen ontbreken bewust; wat blijft is de planning.

Gebruik het voorbeeld als raamwerk, niet als voorschrift. Een locatie in een schoolgebouw heeft andere aandachtspunten dan een eigen pand met een grote buitenruimte, en een organisatie met een kantoor verdeelt het werk anders dan een houder die alles zelf doet.

De uitgangssituatie

  • Drie groepen buitenschoolse opvang, elk met een vaste ruimte en een gedeelde buitenruimte met speeltoestellen.
  • Een locatiemanager die twee dagen per week op de locatie is, en verder pedagogisch medewerkers met vaste taken.
  • Een handvol invallers en twee stagiairs die met enige regelmaat wisselen.
  • Een veiligheids- en gezondheidsbeleid dat vorig jaar is vastgesteld en een meldcode die het team kent.
  • De locatie staat in het Landelijk Register Kinderopvang; de GGD inspecteert namens de gemeente.

Januari tot maart: het jaar op de rails zetten

In januari zet de locatiemanager de jaarplanning klaar. Alle terugkerende verplichtingen krijgen een maand, een eigenaar en een vorm van bewijs. Dat is een ochtend werk en bepaalt de rust van de rest van het jaar.

In februari worden de logboeken van de speeltoestellen bijgewerkt. Het Warenwetbesluit attractie- en speeltoestellen verplicht de beheerder een logboek bij te houden met keuringen, onderhoud, reparaties en ongevallen, en de NVWA houdt daar toezicht op. De eisen waaraan de toestellen voldoen zijn te herleiden naar de normenreeks NEN-EN 1176.

In maart is de risico-inventarisatie en -evaluatie aan de beurt. De Arbowet verplicht elke werkgever tot een RI&E met plan van aanpak. Deze houder heeft ten hoogste 25 werknemers en gebruikt daarom een erkend branche-instrument, waardoor toetsing niet nodig is. De openstaande acties uit het plan van aanpak krijgen een nieuwe einddatum.

Wat er in dit kwartaal misgaat als je niet oplet

De jaarplanning wordt gemaakt en daarna niet meer geopend. Zet daarom elke maand een kort moment in de agenda waarop de planning van die maand wordt doorgenomen, liefst gekoppeld aan een overleg dat toch al plaatsvindt.

April tot juni: personeel, screening en de buitenruimte

In april loopt het kantoor de personeelsdossiers na. Elke medewerker moet een Verklaring Omtrent het Gedrag hebben, afgegeven door Justis, en valt onder de continue screening. Bij een BSO met wisselende invallers en stagiairs is dit het punt waar het het snelst schuurt.

In mei komt de buitenruimte aan de beurt, vlak voordat kinderen er weer dagelijks zijn. Staan er bomen op het terrein, dan hoort daar een periodieke controle bij; Visual Tree Assessment is daarvoor de gangbare methodiek. De zorgplicht van de eigenaar volgt uit artikel 6:162 BW en artikel 6:174 BW.

In juni bereidt de locatie de vakantieopvang voor. Andere groepssamenstellingen betekenen andere roosters, en dus een nieuwe onderbouwing van de beroepskracht-kindratio. Die berekening maak je met de rekentool op 1ratio.nl en bewaar je bij het rooster waar ze bij hoort.

Juli en augustus: vakantieopvang als test van je dossier

Vakantieweken zijn lange dagen met uitstapjes, invallers en groepen die anders zijn samengesteld dan in schoolweken. Precies daarom leggen ze zwaktes in het dossier bloot.

  • Voor elk uitstapje ligt vast wie meegaat, welke telafspraken gelden en hoe je handelt als een kind zoekraakt of gewond raakt.
  • Invallers krijgen aantoonbaar dezelfde introductie als vaste medewerkers, inclusief de meldcode en de afspraken over de buitenruimte.
  • De inzet per dag is achteraf terug te vinden: welk rooster, welke groepen, welke onderbouwing van de ratio.
  • Ongevallen en bijna-ongevallen worden dezelfde dag geregistreerd, ook al is het druk.
  • Gegevens over allergieën of medicijngebruik zijn gezondheidsgegevens en dus bijzondere persoonsgegevens in de zin van artikel 9 AVG. Ze gaan niet in een appgroep en niet los mee in een tas.

Eind augustus volgt een korte evaluatie: wat ging er anders dan gepland en welke afspraak past daarbij. Dat is het moment waarop het beleid echt wordt bijgesteld, en niet pas bij de jaarlijkse herziening.

September tot december: herzien, oefenen en afronden

In september wordt het veiligheids- en gezondheidsbeleid herzien. De Wet kinderopvang vraagt dat het actueel is en bekend bij medewerkers, en na een zomer met wijzigingen klopt de beschrijving zelden nog helemaal. Het team tekent na de bespreking af dat het de nieuwe versie kent.

In oktober staat de meldcode op de agenda, met een oefening rond signaleren en een korte herhaling van de route. De registratie van die bijeenkomst, met datum en deelnemers, hoort in het dossier. De route zelf staat uitgewerkt in het stappenplan voor de meldcode in de kinderopvang.

In november wordt de administratie rond gegevens nagelopen: klopt het verwerkingsregister uit artikel 30 AVG nog, is er met elke leverancier een verwerkersovereenkomst volgens artikel 28 AVG, en weet het team dat een datalek binnen 72 uur na ontdekking bij de Autoriteit Persoonsgegevens wordt gemeld, tenzij het onwaarschijnlijk is dat het lek een risico oplevert.

In december maakt de locatiemanager de balans op: welke acties zijn afgerond, welke schuiven door, en welke geldigheidsdatums verlopen in het eerste kwartaal. Daarmee is de planning voor januari eigenlijk al klaar.

De ritmes die het hele jaar door lopen

Naast de maandblokken loopt er werk mee dat nooit stopt. Dat is de ruggengraat van het dossier.

Terugkerend werk op een BSO met drie groepen
RitmeWat er gebeurtWie het doetWat er van overblijft
DagelijksControle van de ruimte en de buitenruimte voor de opvang begintPedagogisch medewerkerAftekening met datum
WekelijksOpen punten en meldingen doornemen op de groepGroep en locatiemanagerKorte notitie met besluit
MaandelijksLogboeken bijwerken en verlopende documenten opsporenLocatiemanagerBijgewerkt logboek en actielijst
Per kwartaalEen onderwerp uit het beleid tegen het licht houdenTeamNotulen en eventuele wijziging
Bij elke wisselingVOG en screening controleren, introductie aftekenenKantoor of directieCompleet personeelsdossier
Na elk incidentRegistreren, wegen en zo nodig het beleid aanpassenLocatiemanagerRegistratie plus gevolgde actie

Twee momenten waarop dit jaar alsnog ontspoort

Het eerste is een wisseling in de leiding. Vertrekt de locatiemanager in mei, dan verdwijnt het overzicht dat in januari is opgebouwd als het alleen in haar hoofd en haar mailbox zat. Een dossier dat de planning zelf draagt, overleeft zo'n wisseling.

Het tweede is een onaangekondigd bezoek in een drukke week. Dat is geen ramp als het jaarritme loopt, want dan is het dossier vandaag net zo compleet als volgende maand. Wat je dan nog nodig hebt, staat in de checklist die je voor een GGD-inspectiebezoek langsloopt.

In dit geschetste jaar valt het bezoek in oktober. De locatiemanager pakt het beleid met de herzieningsdatum van september, de aftekeningen van het team, de logboeken van de buitenruimte en de onderbouwing van de ratio uit de vakantieweken. Dat is een halfuur voorbereiding in plaats van drie avonden.

Wat dit jaar kost en oplevert

Het werk hierboven verdwijnt niet door het te plannen; het wordt alleen voorspelbaar en goedkoper, omdat piekwerk andere taken verdringt. Hoe je die uren en facturen per locatie optelt, staat in de rekensom over wat dossierbeheer per locatie per jaar kost.

De opbrengst zit in twee dingen. Het team weet waar het aan toe is, en de houder kan op elk moment laten zien wat er is afgesproken en gedaan. Vanuit dat idee is het jaarritme in Opvangdossier gebouwd: elke verplichting is een taak met een eigenaar, een termijn en een plek voor het bewijs. Waarom het zo is opgezet, licht Jimenez Julien op zijn auteurspagina toe.

Conclusie: plan het jaar, niet het bezoek

Een BSO met drie groepen haalt het inspectiejaar niet door hard te werken in de week voor een bezoek, maar door twaalf kleine maanden achter elkaar te zetten. Het geschetste jaar hierboven laat zien hoe overzichtelijk dat werk wordt zodra elk onderdeel een moment en een eigenaar heeft.

Wil je je eigen jaar op dezelfde manier inrichten, vraag dan een demo aan via het contactformulier. We zetten de planning van je eerste locatie samen op, met je huidige beleid en logboeken als vertrekpunt.

Verder lezen